vorige "Nachtelijke duisternis" volgende

Gedicht bij de bronzen sculptuur van MaRf "Nachtelijke duisternis"


Borsten, dracht van lang vervlogen tijden
kan iemand met de vingers strelen, dat
in de schaduw van de welving
de onbevangen parels voedt.

Duizendmaal ontmaagd op veranderlijke
dagen, maar niet het warrelende ogenblik
in de kuilen van het lichaam
sluit de lichten van haar hoofd.

Half bedekt en half omwonden
trekt het oude pleisterwerk
de zoden van het lijf, met in haar buik
het stof van nooit besproken vragen.

Duizendmaal ontmaagd op afgrijselijke
dagen, kan niemand haar in de armen nemen,
met nooit de flarden van het samenzijn
in de stilte van haar klagen.


André Trouvé



vorige "Nachtelijke duisternis" volgende