vorige "Eendagskoningin." volgende
Eendagskoningin.
Gedicht bij de bronzen sculptuur van MaRf


Zo staat zij koningin te zijn :
het oog op uur en dag gericht,
de wimpers waaiend in de wind,
het sierlijk hoofd dat zelfs geen kroon
of diamant behoeft om mooi te zijn.

Haar rijk begint maar is meteen voorbij
en wordt genadeloos tot droom herleid :
zo blijft de kracht van het mysterie
in haar blauwste bloed bewaard
en paart zij rustig met de eeuwigheid.

Tot een prins haar rijk ontdekt
en gek wordt van haar tuinen :
hij kwetst zich aan haar huid
die perzikzacht de nacht bewoont
maar doornen draagt die niemand ziet.

Zo keert zij naar haar eigen bron terug :
een vrouw van vuur,een bliksem die
het hitsig klauwend licht van ogen dooft.
De ogen van de manke dwaze man die zich
in de woekerplanten van haar lijf verliest.

willie verhegghe mei 2005


vorige "Eendagskoningin." volgende