vorige "Moeder en dochter." volgende
bronzen sculptuur van MaRf
gemaakt bij het gedicht "Dochter en ik"





We liepen beiden bloedend langs de Keyserlei.
Dochter en ik. Geen woord was tussen ons,
geen misverstand. Ook geen verband
tussen haar zwijgen en mijn gewild niet spreken.
Alleen een hand die me het vallen zou beletten.
Een stomme steen, zei ze. Opletten.
Het kind is moeder van de vrouw.

Ik bloei, zei ze toen ik haar zeggen wou
dat leven bloeden is en niet te stelpen.
Ze klaterlachte, kon het ook niet helpen.
Of bloeden niet een beetje bloeien is?
En dat ze snakte naar gemis,
geluk, gelul, gelal van jongens in de straat.

Ooilam op mijn schoot, werd ze groot.
De lente was nog iel en zij zo blij.
Gewichtsloos liepen wij,
zo zij aan zij, en hand in hand,
zo beiden bloeiend langs de Keyserlei.


Lut de Block

Gedicht gemaakt door Ann Langeraet
bij bronzen sculptuur van MaRf
"Moeder en Dochter"


Moeder en dochter

we hebben ons aan elkaar geregen
als parels aan een ketting
en zelfs al word ik honderd jaar
ik zal altijd bij je zijn
ook al ben je er niet

er zullen doffe dagen zijn en glanzende
en jaren dat jouw ogen verder zullen reiken
dan mijn horizonten
zo je zou verdwalen in de mist
zoek veilig de warme schoot
van de vrouwen voor je

want als de cirkel rond zal zijn
en jij begint waar ik nooit zal eindigen
zal je mij gaan begrijpen
als je trouw achter haar aan rent
onvermoeibaar als een moeder

als je eenzaam de was ophangt


Ann Langeraet









vorige "Moeder en dochter." volgende
f" alt="volgende" align="bottom" width="20" height="20">