vorige "Eenzame Hoogte I, II & III." volgende


"Eenzame Hoogte I."
WAARDIN.
Gedicht bij de bronzen sculptuur van MaRf


Van welke wegen heeft de vreemdeling
het stof geslikt? De tongval dik, het hemd
gescheurd; de hand waarmee hij bier
bestelde van zijn leven om geen ploeg
geslagen, kopiistenslank.

Veel van de wereld krijg ik hier
over me heen, van dronken Genuezen
tot introverte Balten. Iedereen
belooft me zijde, specerijen, barnsteen,
God weet wat. Maar deze

kijkt in zijn kroes of ik geen memmen heb -
of hij iets ziet wat niemand anders
ziet. Geen landschap waar gekromden
rondom een walmend vuur hun mes
in een mysterie steken;

geen heer met paarden en een valkenier
(gevleugeld als dat in het kathedraal-
portaal gebeitelde bedachte dier);
geen onder regenvlagen opgediende
kraaienmaaltijd op een galgenveld -

maar wat? Wat ziet mijn nietsziende
vreemdeling, dat ik straks zit ik
over zeven eeuwen nog altijd
glimlachend in een kroeg te denken:
maar ik ken je
denk?


Benno Barnard


"Eenzame Hoogte II."
WIE?
Gedicht bij de bronzen sculptuur van MaRf


Ben ik een engel, in duizelingwekkend koperen jasje?
Ben ik een libel, balancerend op lange benen?
Ben ik een duivel, van kop tot teen gespleten?

Klim maar tegen mij op, kijk naar binnen,
bevinger mij zoals zoveel anderen.

Stoot mij maar aan, voel mij scheuren.
Ik ril in al mijn ribbels, ik breek in elke voeg
en nu dat vallen nog en nu dat water,
nog zoveel bange vragen voor de boeg.

Klim maar tegen mij op, hoor mij uit.


Mark Naessens


"Eenzame Hoogte III."
EENZAME HOOGTE.
Gedicht bij de bronzen sculptuur van MaRf


Zijn handen op gevoelige plaats gelegd
om haar te helpen stijgen
boven het ritselend struikgewas,
boven de nesten van de ooievaars
op de schoorstenen van de huizen.

Haar armen worden vleugels,
haar vingers tot pen geplooid
in de richting van de wind.
Elk verhaal wordt groter,
elke ademtocht een avontuur.

Bij het reikend groeien,
kantelen de raten hun gouden inkt
over strak gespannen huid.
Een gespiegeld beeld wordt woord
op nog ongekende notenbalken.

Maar waar die ene toon
kristal laat barsten,
gaan ook de vliezen scheuren:
ogen worden gaten en mond tot mond
splijt tot uilengezicht.

Het wit van de zon verblindt
om steeds verder te reiken,
zonder littekens of wild vlees,
te vergroeien en alle gaten
een onuitspreekbare naam te geven.


Ina Stabergh
vorige "Eenzame Hoogte I, II & III." volgende
">volgende