vorige "Verbannen Verbeelding of Demonendans" volgende
Verbannen Verbeelding
                                Gedicht bij de bronzen sculpturen van MaRf

Voor haar geen glazen straatje

in haar oor de gebroken liefde, hees
gefluisterd na het sprankelend glas
waarin geremde passie opborrelde,
verdampte tot zout op de wangen.


banden los, handen boetseren, kneden
haar borsten en dijen. in de fiere hals
honderd koosnaampjes getatoueerd
die ze met ieder gevallen blad vergeet.


ze blijft ontvangen, zal nooit de rug krommen,
de neus uit de wind houden. bij het ontwaken
verbant zij de verbeelding. naast haar zijn adem
uitgeblust, handen op haar heupen gebrand.


Luc.C.Martens



Demonendans
                                Gedichten bij de bronzen sculpturen van MaRf

Als mijn demonen slapen,
woon ik in een huis in de straat.
De was aan de lijn, een gemaaid plantsoen.
Dat het goed gaat, antwoord ik dan,

leunend in het deurgat en ik peuter
in de barsten van de voegen, bedenk
hoe vlammen aan gordijnen vreten.
Als mijn demonen slapen,

kijk ik in de wolken. Rond mij kucht en kreunt
de wijk achter half gesloten luiken:
een woestijn van keurigheid.
In de lade glanzen de messen.

NeuriŽnd duwen vuren water over het kookpunt.
De buren steken hun kopje thee
omhoog, ter begroeting uit de veranda.
Een wagen toetert de kleinkinderen

naar buiten. Iedereen slaapwandelt,
in een zon die de dag afmat
met de orde van haar uren.
Maar als mijn demonen ontwaken,

ooh, als ze ontwaken

Erwin Steyaert

vorige "Verbannen Verbeelding of Demonendans" volgende