vorige "In een droom verdwaald" volgende
In een droom verdwaald
                Gedicht bij de bronzen sculptuur van MaRf

Je sprak een woord
van verrukkelijke wanhoop.
Ik benaderde het
als een aromatische oever
bij valavond -- fris briesje
tegen jammerende twijfel.

Geen knetterende ruzie
had meer stilte uitgelokt
in het natte voorjaar.
Ik zeilde naar je hart,
wachtte bij de aanlegsteiger
met klotsende herinnering.

Een spierwitte maan
wilde schielijk intiem worden,
vertrapte de zwammen
en hun druppelende leegte.
Het donker verengde zich,
in mist van koud geweten.


Bart Stouten

vorige "In een droom verdwaald" volgende