vorige "De moeders" volgende
                Bij de sculptuur van MaRf "zee - polder - zand"


In de luwte van de duindijken
die 't achterland behoeden,
daar staan ze,
de moeders.


Rank als 's vlakke lands belforten,
van een schoonheid z'n kathedralen te moede.


Fijn als 't zeezand dat hen gebaard heeft,
sierlijk gekleed in grofgeweven damast.


Fors als de polderklei waaruit ze gegroeid zijn,
robuust in 't kleed van 't noest aardgewroet.


In hun ogen beloken
d'avondrust,
de rijke oogst uit de zee gepuurd.
In hun blik verholen
't morgenlicht,
de vruchten van 't akkerland te oogsten.


Te eer en glorie,
wier kind'ren we zijn,
uit 't zilt ontsproten en van binnenwaardwind geboetseerd,
daar staan ze,
onze moeders.



Roel Ghysel

vorige "De moeders" volgende