vorige "De Zonneschilder" volgende


Amor fati.
                                Aan MaRf


Aardsgezind raakt mijn wijsvinger
hemelse snaren aan, beroes ik mij
aan de wijn en de wind, zing ik
uitbundig zwevend in louter lucht.

Oogverblindend vang ik de zon
in het lover van een kerselaar.
Elk woord verbeurd verklaarde tijd,
het roestig hek van goudwaarde.

Voldaan als een worm in het
klokhuis van een blozende appel,
rusten mijn gedachten barrevoets uit
in de schaduw van het tafelblad.

Opkijkend van de pen in mijn hand,
kwijt ik mij aan het volgen van
een vlieg op de rand van mijn glas.
Meer wil ik niet te weten komen.

Opkijkend van de pen in mijn hand,
kwijt ik mij aan het volgen van
een vlieg op de rand van mijn glas.
Meer wil ik niet te weten komen.


Julien Vangansbeke



Gedicht bij de bronzen sculptuur van MaRf


starend
voorbij mezelf
mijn eigen ogen
blik voorbij

vastgelegde beelden
momenten gegrepen
begrepen
hou vast
houvast

daar sta jij
op mijn netvlies gebrand
majestueus zo puur
in de eenvoud
van jouw wonderlijke
natuur


mári


De Zonneschilder
                                (Voor MaRf)

opeens valt alles samen
de zon de schilder het penseel

misschien dat het lichaam
na een winter van pekel
nog wat stroef oogt

misschien dat het lichaam
aan de glans van een vogel
zonder veren nog moet wennen

wat zeker is hij blijft
met spaarzame handen
alle donker wegvegen

wat zeker is hij blijft


Yerna Van den Driessche





vorige "De Zonneschilder." volgende